Om te overdenken

Ruimte scheppen in je hoofd

Ken je dat gevoel? Alsof je elk moment kunt breken. Vlinders in je buik opgesloten in het donker. De geur van je jeugd het gevaar dat eerst onschuldig was. Dit zijn de eerst regels van een gedicht, geschreven door Lieke Folkers, 15 jaar. Ze komt al een tijd elke week op gesprek bij Elisabeth van de Vuurst, haar leerlingbegeleider. Elke keer neemt ze een paar sleutelkaarten mee naar huis met afbeeldingen die haar aantrekken. Thuis schrijft ze er gedichten bij waarin dat wat in haar leeft tot uitdrukking komt. De week daarop neemt ze de gedichten mee om er met Elisabeth over te praten. Ze vertelt: ‘Het schept ruimte in mijn hoofd en in mijn hart’. Ontroerend hoe kinderen in staat zijn hun eigen manier te vinden om wat in hen leeft tot uitdrukking te brengen. Voor de meeste leerlingbegeleiders zijn dat de momenten die voldoening geven: wanneer het lukt om zo in verbinding met een leerling te komen dat wat onzegbaar leek een plek kan krijgen. Bijvoorbeeld in een mooi gedicht.

2 juni 2014

Recht op een plek

Iedereen, of je nu kind bent of volwassene, heeft recht op een plek. Op een plek in je groep, in jouw team of in je gezin van herkomst. Als het goed is, krijg je die plek: je merkt: ik hoor erbij om wie ik ben, om wat ik kan en niet kan. En als je voldoende zelfvertrouwen ontwikkelt, kun je jouw plek ook daadwerkelijk innemen: dit is wie ik ben, wat ik kan en niet kan.

Vaak ervaren kinderen en ook volwassenen diep van binnen verwarring over hun plek: wat is precies mijn plek? Wat wordt er van mij verwacht? Als je in verwarring bent over de plek die je inneemt, lukt het ook niet om op een passende manier te geven, om van betekenis te zijn. Veel van wat je geeft, wat je voor anderen wilt betekenen, wordt door hen niet als geven herkend. Dat heeft tot gevolg dat je voor jouw bijdrage ook geen of te weinig erkenning krijgt. Dat geeft nog meer verwarring en leidt tot desillusies. Of erger nog: tot depressiviteit of een burn-out. Bovendien leidt die innerlijke verwarring tot gedrag dat anderen als onaangenaam of ongepast ervaren. Wat kunnen wij als docent, mentor of coach dan doen? Om te beginnen: goed luisteren en vragen stellen. En de ander accepteren om wie hij of zij is. En samen onderzoeken: welke erkenning heb jij nodig? Wat is jouw manier van geven en door wie wordt dat gezien? Maar ook onderzoeken: welke erkenning heb ik nodig en van wie? Wat is mijn manier van geven en van wie zou ik graag willen dat hij of zij dat ziet? Ik wens iedere leerling en alle werkers in het onderwijs toe dat zij elke dag minstens één keer te horen krijgen: je hoort erbij om wie je bent, om wat je kunt en ook om wat je niet kunt. Je doet ertoe. En ik wens iedereen toe om datzelfde elke dag tegen tenminste één ander mens te zeggen.

27 januari 2014

Soms schieten woorden tekort

Als je mentor bent, leerlingbegeleider, docenten coacht of leiding geeft aan een team ken je ongetwijfeld dit verschijnsel: je komt in aanraking met thema’s waarover niet gesproken kan worden. Omdat er te veel lading op zit, te veel emoties zijn of omdat er sprake is van een taboe, van grote schaamte. Dat kan een dilemma opleveren: wat kan er gebeuren als ik dit thema ter sprake breng? Wat roep ik mogelijk op? Vaak kunnen kinderen en volwassen er ook niet over praten: zij hebben er letterlijk geen woorden voor of hebben zwaarwegende redenen om er niets over te zeggen. In die situaties kan het helpen om datgene waar geen woorden aan kan worden gegeven toch een plek te geven. Je kunt een kind of een volwassene dan vragen een afbeelding of een voorwerp te kiezen dat symbool kan staan voor wat op dat moment niet kan worden benoemd. Vervolgens kun je helpen onderzoeken wat jouw gesprekspartner nodig heeft om te kunnen dragen wat op dat moment onbenoembaar is. En voor wie hij of zij door niet te praten mogelijk zorgt.

Zo kan elke gebeurtenis erkenning krijgen en kun je kinderen en volwassen die aan jouw zorg zijn toevertrouwd helpen daar een plek voor te vinden. 27 februari 2014